1500-1800

Frans-Guyana werd oorspronkelijk bewoond door verschillende Indianenvolken. In 1500 werd de streek voor het eerst door een Europeaan bezocht. Dat was de Spaanse zeevaarder Pinzón, die acht jaar eerder de eerste reis van Columbus had meegemaakt.
In de decennia daarna probeerden de Fransen en Hollanders zich in de streek te vestigen, maar zij ondervonden grote tegenslagen door de vijandige inheemse bevolking en tropische ziektes.

In 1643 stichtten de Fransen in het huidige Cayenne een kleine nederzetting met kleinschalige plantages. Zij hebben deze verdedigd tegen de inheemse bevolking en de Hollanders.

Tijdens de oorlog van 1665-1667 namen de Engelsen het gebied in bezit. Bij het Verdrag van Breda moesten zij het teruggeven aan de Fransen. Na een korte bezetting door de Hollanders in 1676 werd het gebied definitief Frans.

Aan het eind van de Zevenjarige Oorlog raakte Frankrijk bij de Vrede van Parijs (1763) veel overzeese gebieden (zoals Canada en gebieden ten oosten van de Mississippi) kwijt aan Engeland. Een paar Caraïbische eilanden en (Frans) Guyana vielen definitief toe aan Frankrijk.

Lodewijk XV probeerde het gebied te verfransen door er duizenden landverhuizers heen te lokken met de belofte dat zij er snel rijk zouden worden. Anderhalf jaar later hadden slechts enkele honderden de aanvallen van de inheemse bevolking en tropische ziektes overleefd. Deze overlevenden trokken zich terug op drie eilandjes voor de kust bij het huidige Kourou: de Îles de Salut, de Reddingseilanden. Toen ze na hun terugkeer in Frankrijk hun verhalen vertelden, maakten die daar een diepe indruk.

Na de executie van Robespierre in 1794 werden 193 van zijn volgelingen naar Frans-Guyana gestuurd. Vier jaar later volgde Pichegru met vele anderen die het bewind onwelgevallig waren. Van de 193 eerdere bannelingen waren er toen nog maar 54 in leven.

De 19e eeuw

Later werden plantages gesticht langs de rivieren, waar minder ziektes heersten. Daar werden slaven uit West-Afrika aan het werk gezet. Door de export van suiker, hardhout en specerijen kwam er voor het eerst enige welvaart in de kolonie. In plantages rondom Cayenne werkten duizenden slaven op de plantages.

isoleercellen iles du salut
De isoleercellen op Île Royale, het grootste eiland van Îles de Salut. Eric Augusteijn, 2003

In 1809 veroverde een Engels-Portugese vloot Frans-Guyana, waarna de Braziliaanse Portugezen de macht kregen. Dit duurde maar kort, want door het Congres van Wenen in 1815 werd het gebied wederom Frans.

In 1848 schafte Frankrijk de slavernij af. De vrije ex-slaven trokken zich terug in het regenwoud, waar zij dorpen stichtten. Het oerwoud overwoekerde de plantages.

In 1850 werden enige scheepsladingen Indiërs, Maleiers en Chinezen aangevoerd om op de plantages te werken. Dezen begonnen echter winkeltjes in Cayenne en andere plaatsen.

In 1852 kwamen de eerste geboeide veroordeelden uit Frankrijk aan. In 1885 nam het Franse parlement een wet aan waardoor iedere man of vrouw die meer dan drie keer wegens diefstal was veroordeeld, naar Frans-Guyana werd verbannen. Deze bannelingen werden een half jaar gevangen gezet en daarna vrijgelaten om het land in cultuur te brengen. Dit experiment mislukte, de kolonisten kwamen tot misdaad of verkommerden.
De Îles de Salut werden gebruikt om politieke gevangenen vast te zetten. De eilanden en met name het Duivelseiland, werden berucht om de wreedheden die jegens de gevangenen werden begaan. Bekende gevangenen zijn Alfred Dreyfus en Henri Charrière. De laatste slaagde erin te ontsnappen. Over zijn ervaringen schreef hij een boek, Papillon (zijn bijnaam), dat later ook verfilmd is.

In 1853 werd in het binnenland goud ontdekt.

De 20e eeuw

In de Tweede Wereldoorlog schaarde het bestuur zich aan de zijde van het met de Duitsers collaborerende Vichy-bewind.

Op 19 maart 1946 werd Frans-Guyana een overzees departement van Frankrijk.
De strafkolonies, waaronder het Duivelseiland, werden steeds minder gebruikt en in 1951 officieel gesloten. Omdat niet alle bevrijde gevangenen het geld hadden om naar Europa terug te keren, bleven veel ex-veroordeelden in de kolonie om daar een bestaan op te bouwen.

In 1964 werd Kourou gekozen als raketlanceerbasis van het European Space Programme.

In de zeventiger jaren van de vorige eeuw vestigden Hmong vluchtelingen uit Laos en Vietnam zich o.a. in de dorpen Javouhuy en Cacao.

cacao.jpg
Markt in Cacao. Eric Augusteijn, 2003