Door Stijn de Jong, ambassadeur van Stichting Trésor

De mensen die je vertellen dat het regenwoud levensgevaarlijk is, zijn meestal mensen die er zelf nog nooit zijn geweest. Zeker in Zuid-Amerika, waar er geen olifanten of tijgers zijn, is het helemaal niet gevaarlijk om door de donkere bossen te lopen. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat ik me om 1 uur ’s nachts veiliger voel midden in een afgelegen jungle dan in hartje Utrecht. Natuurlijk is een beetje kennis en gezond verstand van belang om je ongehavend door de begroeiing te navigeren, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Zo kan je ook in Frans-Guyana een van de volgende ‘biologische landmijnen’ tegenkomen: goed verstopte organismen die je met een beetje onoplettendheid flink wat schade kunnen berokkenen, of zelfs het loodje laten leggen.

Het dodelijkste serpent

De slang die verantwoordelijk is voor de meeste doden door gif in heel Zuid-Amerika is de gewone lanspuntslang (Bothrops atrox). Hij is lid van de Viperidae familie en dus verwant aan onze Nederlandse adder. Zijn gif is echter vele malen dodelijker dan de prikjes die een adder je kan geven en zonder snelle medische hulp kan de lanspuntslang voor een pijnlijk eind zorgen. De dodelijke cocktail die het dier injecteert doet de spieren ontbinden (myotoxins), laat bloedproppen ontstaan (procoagulants) en breekt de wanden van bloedvaten af waardoor interne bloedingen ontstaan (hemorrhagins). Heel nuttig voor het vangen van knaagdieren, maar niet zo prettig voor mensen die per ongeluk in contact komen met de lanspuntslang. Niet alleen het sterke gif zorgt voor het hoge aantal slachtoffers, maar ook de levenswijze van de slang. Hij is perfect gecamoufleerd op een met bladafval bedekte bodem en wacht daar uren, soms dagen tot er een prooi voorbijkomt -of een nietsvermoedend persoon erop staat.

Ongeluk zit in een klein hoekje.

Wanneer de slangen jong zijn willen zo nog wel eens hun hinderlaag opzetten in een boom of struik, waar ze nog minder goed te zien zijn. Omdat de lanspuntslang veel knaagdieren eet, komt hij voor op plekken waar deze in overvloed aanwezig zijn; en dat zijn vaak ook juist plekken waar mensen nederzettingen hebben. Al deze factoren maken van de lanspuntslang de gevaarlijkste gifslang van Zuid-Amerika, hoewel ambassadeur Willemijn er geen een heeft gezien tijdens haar drie weken in Trésor; of komt dat door hun fantastische camouflage?

Een jonge lanspuntslang op de bosbodem. Foto Stijn de Jong

Gevaar in de supermarkt

Er is een extreem giftig dier dat je niet alleen in Trésor zou kunnen tegenkomen, maar ook gewoon in de Jumbo bij het fruitschap. Bananenspinnen, Phoneutria fera, liften namelijk wel eens mee met een lading bananen en kunnen zo per ongeluk in je keukenkastje terechtkomen. Bananenspinnen zijn nachtdieren en maken geen web, maar jagen actief op de bosbodem en door het struikgewas, op zoek naar kikkers en andere kleine vertebraten die ze met hun giftanden verlammen en vervolgens oppeuzelen. Hoewel het flinke joekels kunnen worden, zorgt hun cryptische kleurenpatroon ervoor dat je ze toch makkelijk kan missen. Het gif bevat neurotoxines, die de communicatie tussen je zenuwcellen verstoren en zo voor allerlei levensbedreigende symptomen kunnen zorgen. Daarnaast stimuleert het gif de productie van stikstofoxide in het bloed, wat bij mannen voor een extra zeer oncomfortabel symptoom zorgt: een zogeheten priapisme, ofwel een pijnlijke erectie die niet weggaat tot het bloed met een incisie wordt verwijderd… Antigif is gelukkig beschikbaar, en daarnaast injecteert de spin meestal slechts een zeer lage dosis gif wanneer hij zich verdedigt. Hierdoor is een behandeling met antigif meestal niet eens nodig. Toch is het oppassen geblazen wanneer je ooit een vreemde grote spin vindt tussen je ontbijt, want voor je het weet heb je een lading natuurlijke Viagra in je systeem circuleren.

Wanneer de bananenspin zich bedreigd voelt, richt hij zijn twee voorpoten op en toont hij zijn imposante roodgekleurde kaken. Foto Stijn de Jong

Een levend pistool

De laatste landmijn van deze kleine selectie is lang niet zo dodelijk maar minstens zo berucht als de andere twee op de lijst. Hoewel ik het zelf nooit heb mogen ervaren, schijnt de kogelmier (Paraponera clavata) zijn naam eer aan te doen. Met een angel in zijn achterlijf deelt de mier een giftige steek uit die qua pijn vergelijkbaar schijnt te zijn met een schotwond en 24 uur lang standhoudt. Entomoloog Justin Schmidt maakte de Schmidt Sting Pain Index, een rating van insectensteken die van 1 tot 4 loopt. De mier kreeg een 4, de allerhoogste score: “pure, intense, brilliant pain…like walking over flaming charcoal with a three-inch nail embedded in your heel.” De Braziliaanse Sateré-Mawé stam vindt waarschijnlijk dat Schmidt zich aanstelt: in een ontgroeningsritueel vullen ze twee handschoenen met honderden kogelmieren, angels naar binnen gericht. Jongens mogen zich pas man noemen nadat ze deze handschoenen vijf minuten lang aan hebben gehad terwijl ze dansen om de pijn te verzachten -en dit een keer of twintig. De mier foerageert veelal in struiken en bomen, dus je hoeft alleen maar met een blote arm langs de verkeerde plek te schuren om een steek uit te lokken. Daarbij heb ik ooit ondervonden dat ze de vervelende neiging hebben om door te hebben dat kunstmatig licht veel prooidieren aantrekt; niet zo fijn als je onder een lamp een boek zit te lezen en er plots een reusachtige mier over je arm heen kruipt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *